RUBENSHUIS STUNT OPNIEUW

Woensdag 9 maart 2016 — Recent is een ‘nieuw’ Zelfportret van Anthony van Dyck opgedoken. Zonder meer een topstuk dat bijna gelijkaardig is aan het bekende Zelfportret van Van Dyck uit The National Portrait Gallery in Londen. En opnieuw mag het Rubenshuis dit werk als eerste ter wereld aan het grote publiek laten zien. Samen met maar liefst zes andere bruiklenen.

Business card van Van Dyck
Anthony van Dyck was de beroemdste en meest getalenteerde leerling van Peter Paul Rubens. Het Zelfportret dat onlangs is opgedoken, heeft hij waarschijnlijk geschilderd in opdracht van de Engelse koning Charles I. Zelfportretten van succesvolle kunstenaars waren gegeerde verzamelobjecten en Charles I had een kleine, maar uitgelezen collectie zelfportretten van Titiaan, Bronzino, Giulio Romano, Rubens en Van Dyck. De Engelse koning toonde enorm veel bewondering en genegenheid voor zijn hofschilder Anthony van Dyck. Dat blijkt ook uit zijn woorden op Van Dyck’s graf in Londen: ‘Anthony van Dyck, who while he lived gave immortality to many’.

Het Zelfportret in het Rubenshuis is bijna identiek aan het werk van The National Portrait Gallery in Londen, met één opvallend afwijkend detail: in dit ‘nieuwe’ werk wijst de snor van Anthony naar boven. Van Dyck toont zich op die manier op een meer formele wijze aan Charles I. De hangende snor op het werk uit Londen is een aanwijzing dat Van Dyck dat portret voor zichzelf maakte. Zo’n zelfportret was een heus visitekaartje van het talent van de kunstenaar. De schilder koos zelf hoe hij gezien wilde worden. Profilering en ijdelheid zijn dus zeker niet alleen van onze (facebook)tijd.

Door overschilderingen en de later toegevoegde rechthoekige lijst werd het werk tot voor kort toegeschreven aan navolgers. Onderzoek heeft nu echter uitgewezen dat het een echte Van Dyck is. Het werk is in handen van een privéverzamelaar die het werk in langdurige bruikleen geeft aan het Rubenshuis, waar het dus voor het eerst aan het grote publiek gepresenteerd zal worden als een echte Van Dyck.

Internationale première voor Maerten de Vos
Niet alleen het Zelfportret van Anthony van Dyck beleeft zijn internationale première in het Rubenshuis, ook De laster van Apelles van Maerten de Vos wordt voor het eerst in Antwerpen aan het grote publiek gepresenteerd. De talentvolle De Vos is minder bekend dan Rubens, maar wordt in kunstmiddens beschouwd als zijn voorloper op het vlak van historieschilderkunst.

De laster van Apelles was een thema waarmee de Antwerpse De Vos zich kon profileren als een geleerd renaissancekunstenaar. Apelles – de beroemdste schilder uit de oudheid – werd door een concurrerende meester op lasterlijke wijze beschuldigd van samenzwering tegen de Macedonische generaal Ptolemaeus. Die stond op het punt Apelles te laten executeren toen de waarheid over zijn onschuld aan het licht kwam en de schilder alsnog werd vrijgesproken. Het thema werd in de vroege vijftiende eeuw herontdekt en kende een grote populariteit. In de Nederlanden werd Apelles immers beschouwd als de verpersoonlijking van de volmaakte schilder. Zo werd Rubens herhaaldelijk geprezen als ‘de Apelles van zijn tijd’. Het paneel van Maerten de Vos is vandaag de enige gekende geschilderde versie van het onderwerp uit de Nederlanden. Het werk is eeuwenlang in privé-handen geweest en nooit getoond aan het grote publiek. In 2019 zal het werk als langdurige bruikleen in het vernieuwde Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen gepresenteerd worden.

LinkedIn in de tijd van Rubens
Een andere reden voor een bezoek aan het Rubenshuis is de Jupiterkop van Anthony van Dyck. De Jupiterkop is een fragment uit het virtuoze werk Jupiter en Antiope, waarvan Van Dyck verschillende versies maakte. Het schilderij in de collectie van het Museum voor Schone Kunsten te Gent wordt ca. 1620 gedateerd. Op dat moment was Van Dyck nog jong en werd hij sterk beïnvloed door zijn leermeester Rubens. De expressieve gespierde en bebaarde Jupiter doet denken aan figuren van oude mannen in Rubens’ composities. De studie toont een gebogen Jupiter met hoorns op zijn hoofd en vermomd als een sater, een onzedelijk en listig mythologisch wezen met bokkenpoten.

Het Rubenshuis haalt met de Studiekop van een oude vrouw ook tijdelijk een nieuwe Jacob Jordaens naar Antwerpen. Jordaens was naast Rubens en Van Dyck één van de protagonisten van de Vlaamse barokke schilderkunst. Hij werd sterk beïnvloed door Rubens, maar ontwikkelde toch een heel eigen stijl. Zoals veel meesters maakte hij studies naar levende modellen. Die expressieve ‘koppen’ gebruikte hij later in zijn schilderijen. De wijze waarop de Antwerpse meester het gezicht van de oude vrouw modelleerde, met zichtbare rimpels in haar nek en op haar gelaat en een blos op haar wangen, maakt van haar een karakteristiek, herkenbaar en levendig personage.

Ook de prachtige portretten van Elisabeth van Frankrijk en Ferdinando Gonzaga van de getalenteerde Frans Pourbus de Jonge zijn de komende tijd in het Rubenshuis te bewonderen. De gedetailleerde weergave van het met goud bedekte harnas van de jongeman en de met gouddraad geborduurde kledij van de tienjarige Elisabeth toont overduidelijk Pourbus’ meesterlijke talent als portretschilder. In het levensechte Portret van een heer zet Jan Cossiers dan weer een onbekende maar trefzekere jongeman neer. Beide schilders waren relaties uit het zakelijke leven van Rubens. Met Pourbus heeft Rubens nog geschilderd in hetzelfde atelier in het Italiaanse Mantua en met Cossiers werkte hij in de jaren 1630 regelmatig samen.

Het Rubenshuis blijft verbazen
Werken van grote, internationale namen als Rubens, Van Dyck of Jordaens aankopen, is onbetaalbaar geworden voor de meeste – publieke – musea zoals het Rubenshuis. “Al sinds 2007 doet het Rubenshuis daarom steeds vaker beroep op langdurige bruiklenen uit particuliere en openbare collecties in binnen- en buitenland”, zegt Antwerps schepen van Cultuur Philip Heylen. “Die werken vullen de lacunes in de eigen collectie op. Aan die langdurige bruiklenen gaan jaren van onderhandelen en negotiëren met verzamelaars vooraf. Een zeer intensief werk, dat vandaag zijn vruchten begint af te werpen want steeds meer verzamelaars kiezen er bewust voor om hun werk hier, in het Rubenshuis, te tonen. En daar wordt iedereen beter van. In de eerste plaats de onderzoekers van deze Rubenssite, die de bruiklenen kunnen bestuderen en eventueel nieuwe gegevens aan het werk of het oeuvre van de kunstenaar kunnen toevoegen. Maar ook het brede nationale en internationale publiek dat hier kan komen genieten van nooit eerder getoonde werken. En zo kan het Rubenshuis met beperkte budgetten toch blijven verrassen.”

Praktisch

• De nieuwe bruiklenen zijn te zien vanaf dinsdag 8 maart 2016.
• De bruiklenen van het Rubenshuis wijzigen regelmatig. Op onze website vindt u de meest recente informatie.
• Rubenshuis, Wapper 9-11, 2000 Antwerpen
www.rubenshuis.be I www.facebook.com/rubenshuis
• Openingsuren: Van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur
• Gesloten op maandag, 1 januari, 1 mei, O.L. Heer Hemelvaartsdag, 1 november en 25 december

Meer informatie over de bruiklenen: zie de bijlagen.

Meer informatie over dit persbericht:
Nadia De Vree, Persdienst Musea en Erfgoed Antwerpen
+32 475 36 71 96, nadia.devree@stad.antwerpen.be

Verantwoordelijke schepen: Philip Heylen, Schepen voor cultuur, economie, stads- en buurtonderhoud, patrimonium en erediensten
 

Contacteer ons

Nadia De Vree

Perscoördinator Musea en Erfgoed

Stad Antwerpen